
Liet Heringa en Maarten van Kalsbeek
Marcks jumping Chinese, tob e stored Laos style, 2004
Gips, kunsthars, staal, stof, garen, hout
Als het kunstenaarsduo Heringa/Van Kalsbeek eind 2004 een tentoonstelling heeft in het Gerhard-Marcks-Haus, worden ze door de curator meegenomen naar de kelders van dit kleine museum in Bremen dat haar naam ontleent aan de twintigste eeuwse beeldhouwer Gerhard Marcks (1889-1981), een van de voormannen van de vroeg modernistische Duitse beeldhouwkunst. In de krochten van het museum staat Freya, een gipsen vrouwenfiguur in een klassiek figuratieve stijl. Bronzen gietsels van Freya zijn te zien in collecties in de Verenigde Staten, maar dit exemplaar is in slechte staat, het gips te zwaar gehavend om het nog te laten restaureren. Dat betekent een gelukje voor Heringa/Van Kalsbeek die het mee mogen nemen naar hun atelier in Amsterdam, waar het een tijd in gehavende staat blijft staan voor het letterlijk wordt ‘ingelijfd’ in een van hun eigen beelden.
Typisch voor het werk van Heringa/Van Kalsbeek is de opbouw van hun beelden rond een kern die meestal uit een realistisch object bestaat dat wordt ingebed in wat misschien nog het best omschreven kan worden als een driedimensionaal schilderij. Lijnen en vlakken van gegoten kunststof, touwen en delen van planten absorberen de kern die opgaat in een dynamische en zinnelijke uitspatting van kleur en vorm.
De Franse filosoof Merleau-Ponty beweerde ‘dat het menselijk zien een lichamelijk proces is. De zichtbare wereld en het zien van het eigen bewegende lichaam in die wereld zijn onlosmakelijk verbonden. De mens moet bewegen om te zien en ziet om te bewegen.’ Zo vragen de beelden van Heringa/Van Kalsbeek ook om toenadering. Je moet ze als het ware omsingelen en van alle kanten bekijken om ze helemaal te kunnen ervaren. Het idee voor Marcks jumping Chinese, to be stored Laos style ontstaat na het zien van een foto van een acrobaat uit de Chinese Peking Opera die een achterwaartse sprong uitvoert, gekleed in een rijk versierd pak waar aan alle kanten puntige doeken uitsteken. Op de foto is de hele sprong in fases weergegeven, als één vloeiende beweging. Door die foto weten Heringa en Van Kalsbeek wat ze met Freya moeten doen: de bestaande barsten in het beeld worden de basis voor hún Springende Marcks. De fragmentatie van de brokstukken wordt ook nog benadrukt in de ondertitel van het werk, to be stored Laos style, die verwijst naar een reis door Laos waar de kunstenaars zagen hoe in een tempel de attributen van een processie werden opgeslagen, gewikkeld in doeken waar her en der nog herkenbare onderdelen, zoals bijvoorbeeld een drakenkop of een ornament, uitstaken. De combinatie van al die min of meer exotische elementen met formele sculpturale en schilderkunstige principes maakt dat dit werk oogt als een filmloop: Marcks blijft springen.Voor ons is dit werk een van de vele favorieten uit de collectie.

Stephan Balkenhol
Paar, 1999
2x 170 x 40 cm , ø 80 cm, hout, Douglas Fir
Wie is van hout?
De kunstenaar Stephan Balkenhol (1957, Duitsland) onderzoekt in zijn werk de geïsoleerde positie van de menselijke figuur, ontdaan van zijn context. Balkenhol voert zijn werk uit in ver-schil-lende hout-soor-ten en bij de keuze van de soort hout houdt hij rekening met het formaat en het thema van het beeld. Zijn ruw afgewerkte, uit één blok hout gesneden figuren werken vervreemdend en subversief. Hij ontdoet zijn figuren van verhalende en allegorische attributen. De figuren die Balkenhol ten tonele voert klagen niet aan en veroordelen niet, ze zien er alledaags uit, zijn jong en onopvallend, tot aan hun kleding toe.
Balkenhol:`Misschien heeft het te maken met het verlangen van de mens om zich te vereeuwigen. Maar niet zodanig dat men er een monument van maakt, het gaat mij eerder om een bunde-ling 'ein Konzentrat' van wat er in een mens omgaat. Ik wil alles tegelijk: zinnelijkheid, uitdrukkelijkheid, maar niet teveel. Levendigheid, maar geen oppervlakkig gebabbel; spontane invallen, geen anekdotes; zelfironie, maar geen cynisme. Maar bovenal een mooie, stille, bewogen, veel-en niets zeggende figuur. Een dergelijk figuur zal boven zichzelf moeten uitstijgen, over zichzelf en andere dingen kunnen vertellen zonder zich eraan te vertillen of die te ridiculiseren.'
'Wie is van hout ?' luidde de titel van het in 1971 verschenen beroemde boek van Jan Foudraine . Balkenhol geeft er een antwoord op; Door gewone mannen en vrouwen op een sokkel te plaatsen, 'de-monu-mentaliseert' hij niet alleen het figuratieve stand-beeld, maar 'de-psychologiseert' hij in feite ook alles wat de zielswetenschap over de mens heeft uitgestort.

Inez van Lamsweerde
Me Kissing Vinoodh (Passionately), 1999
280 x 500 cm. C-print
De passie, liefde, erotiek, maar ook de angst en dramatiek treffen mij in deze foto. Het leven en de vergankelijkheid liggen in dit beeld verankerd.
Tijdens de tentoonstelling HxBxD van de Rabo Kunstcollectie in het Gemeentemuseum, GEM en Fotomuseum in Den Haag (voorjaar 2005) hing dit werk in de eerste zaal. Het fungeerde als opmaat naar de rest van de tentoonstelling. Vol energie en enthousiasme startte ik bij deze foto de rondleidingen voor belangstellenden. De keer dat ik een echtpaar rondleidde zal ik niet snel vergeten. Ik had mijn mond nog niet open gedaan of ze zeiden beiden tegelijk: 'Hier vind ik dus niets aan, zo somber en deprimerend'. 'Oké', dacht ik. 'Dat kan, maar we zijn pas bij het begin. Dat wordt leuk. Als ze dit al erg vinden kan ik m'n borst wel natmaken'. Ik nodigde ze uit om hun verhaal te doen, maar daarna al hun gevoelens en gedachten even te parkeren. Want wat zien we hier nog méér? We zien een zelfportret van Inez van Lamsweerde die haar geliefde Vinoodh innig kust. Van hem is echter niet meer te zien dan de contouren van zijn neus. Een gepassioneerde kus of een hartstochtelijke schreeuw?
'Ja, nu zie ik het!' riep de man opgetogen. 'Eigenlijk is het een wir war van gevoelens'.
Met nieuwe moed hebben we de tentoonstelling bekeken. De chemie sloeg toe. Intrigerende verhaallijnen ontsponnen zich in onze hoofden. Anderhalf uur later was het echtpaar vast besloten kunst te gaan kopen. Niet van Inez van Lamsweerde, maar van een jong aanstormend talent. Dít was passie.

Piet van de Kar Zon, 1991
Wij hebben gekozen voor het werk "Zon" van Piet van de Kar uit 1991. Dit beeld van aluminium is geen opvallend beeld door zijn formaat. Het valt op door de ludieke en geestige uitstraling. Het lichte beeld is van gegoten aluminium. Het heeft drie poten als dragers. Dit zijn de zonnestralen, die de toeschouwer het gevoel geeft dat het een bewegend beeld is en het beeld zo kan wegwandelen. Bovenop het beeld is een lachend zonnetje bevestigd. Geruime tijd geleden is één van onze schoonmakers letterlijk geraakt door dit werk, tijdens het schoonmaken heeft hij per ongeluk het beeld laten instorten. Gelukkig was het niet beschadigd en hebben wij het beeld weer neer kunnen zetten. Zo zie je dat een ieder hier binnen KPMG letter of figuurlijk met "onze" kunst in aanraking komt.
Dit werk staat in één van onze twee tuingangen dichtbij de hoofdingang. Veel medewerkers passeren dagelijks dit beeld en kunnen dit beeld erg waarderen, omdat het één van de vrolijke aansprekende werken binnen onze kunstcollectie is.

Esther Derkx
Moderniseerde het kantine servies van het hoofdkantoor DSM Heerlen
Toegankelijker kan bijna niet. Trossen gezeefdrukte bloemen in blauw en rood die over de randen van borden, soepkommen en kopjes groeien. Democratischer ook niet. Een kunstzinnig gerecycled kantine servies waar het hele bedrijf van hoog tot laag dagelijk van eet en uit drinkt. Esther Derkx moderniseerde het kantine servies in het hoofdkantoor van DSM Heerlen. Nieuw Oud en Oud & Nieuw heette het project van de jonge Limburgse designer waarmee ze 1000 stuks een face lift gaf. Onze verwachtingen waren hooggespannen. Strak, wit , oerdegelijk servies dat jarenlang in de kantine een anoniem bestaan leidde, werd ineens uitbundig en zelfs een tikkeltje frivool. Verrassend fris, leuk, mooi , inpikken zou je denken. Maar vies en onsmakelijk is wel het laatste wat in je opkomt bij het smeren van een bruine boterham met kaas op zo’n zwierig bordje. Na de eerste lichte verbijstering op een koude januari maandag kwamen ze los. De reacties. Oude lippenstift op een bejaard kopje, bezuinigingen op de afwasmachine. Geldverspilling. Oudbollig, walgelijk leijk of gewoon ronduit afschuwelijk. Welke malloot er dacht dat de top van het bedrijf daar zijn gasten uit kon laten drinken. Nee een warm, gastvrij onthaal kreeg het vernieuwde servies niet. Een jaar later staat het er nog steeds. Glorieus opgenomen in het Nederlands Jaarboek van Vormgeving. Stiekem is iedereen er zelfs een beetje trots op. Dàt servies is inmiddels ons servies geworden.

Petra Morenzi
Binnen op 13
Enige tijd geleden heeft de Duitse Petra Morenzi haar intrede gedaan in ons bedrijf, bij Schade Bedrijven om precies te zijn. Niet in persoon overigens... ze laat zich vertegenwoordigen door een tweetal vrouwfiguren, die tezamen een sculptuur vormen die bij de entree van de dertiende verdieping van het nieuwe hoofdkantoor is geplaatst.
Menselijke figuren vormen voor Morenzi uitgangspunt in haar werk. Ze zijn altijd weergegeven met een zekere abstractie: ze hebben geen identiteit of individualiteit. Zelfs is meestal niet aan te duiden of het een mannelijk of vrouwelijk figuur betreft, alhoewel in ‘ons’ geval het tweetal te identificeren is als (jonge) vrouwen, de èèn over de ander gebogen. De erg ‘geometrische’ houding in een hoek van 90º werkt vervreemdend: zo kun je toch bijna niet staan? De uitvoering in hardgips (of in andere gevallen polyester) benadrukt deze vervreemding nog.
Bij het zien van het werk denk je mogelijk aan een combinatie van moeder en dochter. De moeder staat beschermend over haar dochter gebogen. Maar toch bekruipt je het gevoel dat ze veel verder van elkaar af staan, in figuurlijke zin althans. De anonimiteit domineert en een zekere vorm van communicatie is ver te zoeken. Door de gesloten, hermetische pose lijkt ook van contact met de beschouwer geen sprake. De witte vorm suggereert een soort uitsparing in de ruimte, een negatief-vorm zoals de kunstenaars-met-de-schaar contour-portretten van iemand kunnen maken. Toch is het uiteindelijk de beschouwer die door het werk steeds vanuit een ander standpunt, vanuit een ander perspectief te bekijken, contact kan leggen met de figuren. De figuren houden hun blik strak naar de vloer gericht. Het is aan de beschouwer om te pogen die blik te vangen.
Bij het eens in de zoveel tijd verplaatsen van dit kunstwerk stuitte ik op onverwachte weerstand. Onverwacht omdat het werk altijd probleemloos op een andere afdeling had gestaan, sterker nog, het werd daar gewaardeerd. Op zijn nieuwe plek kreeg ik een boze ledinggevende die al gauw een groep medestanders om zich heen geschaard had. Hij eiste dat ik het werk zou verwijderen. Reden: het pornografisch gehalte. It's in the eye of the beholder...

Rachid Ben Ali
Zonder titel
olieverf op doek, 180x120cm
De kunstcollectie van de Nederlandsche Bank (DNB) wordt binnen het bedrijf ingezet als functionele aankleding van het gebouw en bestaat hoofdzakelijk uit traditionele kunstvormen. De medewerkers worden in de gelegenheid gesteld om een of meerdere kunstwerken op de werkplek te lenen voor een periode van maximaal drie jaar. Zij kunnen een keuze maken tussen schilderijen, tekeningen, foto’s en grafiek voor aan de wanden, en glasobjecten en kleine beelden voor op de bureaus. Voor de Kunstcommissie is de inhoudelijke kant van de werken uitgangspunt bij verwerving ervan. Over het beleid is in de Kunstcommissie regelmatig discussie. Zo ook over de aankoop van het schilderij van Rachid Ben Ali.
Ben Ali (1975) is geboren in Taza, Marokko. Hij studeerde in Arnhem, Rotterdam en Antwerpen en woont in Amsterdam. Inspiratie vindt de kunstenaar in de gebeurtenissen in de wereld, in zijn afkomst en in zijn huidige leefomstandigheden. Politieke onderwerpen, zoals de allochtonenproblematiek komen ook aan bod, maar nooit nadrukkelijk. Tot slot toont het werk primitieve Afrikaanse invloeden van mystiek en raadselachtige rituelen.
In het hier afgebeelde schilderij manifesteert Ben Ali zich als een rapper in de schilderkunst. Zoals de rapper tekst en melodie tot één geheel smeedt in het bezingen en ‘bevloeken’ van de ellende in de getto’s, zo versterken onsamenhangende krachttermen en beeld de rauwe uitstraling van dit schilderij. Verzet tegen de onderdrukking en ongelijkheid is met de kreet ‘Stop demonstrate superiority on me’ direct op het doek geschreven. Naar de samenhang tussen de teksten en de bokser, die tussen toeschouwers een roodgekleurde substantie ophoudt en naar wat de kunstenaar werkelijk bezielt, kunnen we slechts gissen.
Het is niet verwonderlijk dat dit schilderij de gemoederen stevig bezighoudt. Veel medewerkers bij DNB hebben moeite met de ongrijpbaarheid van het werk, terwijl het schilderij ook een zachte kant heeft. Daarnaast kijkt iedereen op verschillende manieren. Zo is het voor de een een bloederige massa, misschien wel een geslachtsdeel, op een dienblaadje dat de figuur op het schilderij voor zich houdt terwijl het voor een ander een soesjestaart met kersensap is. De essentie van het schilderij wordt dan pas duidelijk wanneer je je er echt voor openstelt.

Het beeld Smackwater Jack van de jonge Belgische kunstenaar Nadia Naveau heeft alles in zich waar wij voorstaan bij de Akzo Nobel Art Foundation:
- lef, humor, daadkracht en dynamiek.
Het werk heeft een grote gelaagdheid, het is gewaagd maar het spreekt toch iedereen aan. Vorm en inhoud zijn exact op elkaar afgestemd. Het speelt met licht, een scherpe ‘schaduw’ tekent zich af tegen de achterwand. Dit wordt nog versterkt door de heldere witte skaihuid van het beeld.
De titel Smackwater Jack is ontleend aan een song van Carole King en is eigenlijk een ironische kritiek op Macht. In het werk van Naveau schuilt een subtiele aanvalsstrategie. Ook refereert het manshoge beeld aan Lucky Luke, de man die sneller schiet dan zijn schaduw.
Voor ons is dit kunstwerk niet alleen van hoge kwaliteit maar het is door deze betekenissen bijna een metafoor voor ons werk in een bedrijfscollectie.
De kunst wordt hier bevochten, maar nooit zonder humor en compassie.
“Smackwater Jack, he bought a shotgun, cause he was in the mood for a little confrontation. He just let it all hang loose, he didn’t think about the noose, so he shot down the congregation. You can’t talk to a man with a shotgun in his hand.” Carole King -1971

Anthonie Waterloo (1610-1690)
Ets
Als nieuw is de prent die Herbert Jan Hijmersma, conservator van de kunstcollectie van F.van Lanschot Bankiers in de hand houdt. Het is een ets van Anthonie Waterloo (1610-1690). Waarschijnlijk al vanaf het begin van de 18de eeuw heeft dit blad (met nog vele andere etsen en gravures van Waterloo en tijdgenoten) in een map gezeten op Althrop. Dit is het familiehuis van de Engelse grafelijke familie Spencer. In 2004 is deze collectie verkocht. De bank heeft dit exemplaar op de TEFAF in Maastricht gekocht.
F.van Lanschot Bankiers bestaat sinds 1737. Al direct hebben de firmanten het kantoor in ’s-Hertogenbosch aangekleed met kunst en later antiek. Inmiddels bestaat het kantorennet uit 32 vestigingen in Nederland en 8 in België. En nog steeds worden die panden ingericht met kunst,oude maar vooral ook moderne.
De collectie van F.van Lanschot Bankiers is zeer veelzijdig. Zij omvat zowel beeldende als toegepaste kunst,oude zowel als moderne,eigentijdse kunst. In de loop der tijd zijn er deelcollecties ontstaan. Een daarvan is landschapsgrafiek uit de 17de eeuw. De ets van Anthonie Waterloo is een prachtige aanvulling. Het is namelijk een van de eerste afdrukken die van de plaat zijn gemaakt. Scherp van lijn, helder van toon, kortom als nieuw zou je kunnen zeggen.

Otto Snoek
Tattoo, Rotterdam 1966
Foto, 80 x 120 cm
Kunstwerken kunnen positieve, maar ook negatieve gevoelens oproepen. Ga je zelf op zoek naar kunst voor je privé omgeving, dan ga je voorbij aan werken die je niets zeggen of niet positief op je over komen. In je werkomgeving is dat anders. Daar kun je ongewild geconfronteerd worden met kunst die door anderen is aangekocht en waar jezelf niet vrolijk van wordt. Het volgende voorval illustreert dit.
De foto‘Tattoo’ uit onze kunstcollectie trof ik op een bepaald moment omgedraaid aan onder tegen de muur in plaats van aan de haakjes waar ik het eerder had opgehangen. Nadat ik de foto weer had teruggeplaatst, stond het de volgende dag opnieuw omgedraaid tegen de muur. Geen idee welke collega deze doelgerichte actie uitvoerde, maar dat de kunst niet werd gewaardeerd was me duidelijk. Nadat de acties aan beide kanten een aantal keren waren herhaald, besloot ik een poging te wagen in contact te komen met de mysterieuze collega die hiervoor verantwoordelijk was. Een geel stickertje op de foto met mijn verzoek om contact op te nemen was hét middel dat uiteindelijk de communicatie tot stand bracht. De telefoon ging al snel over. Het was een vrouwelijke collega van een andere afdeling; ik kende haar slechts van gezicht. Ze bevestigde dat zij degene was die de foto steeds van de muur haalde om reden dat zij de mannelijke figuur met zijn volledig getatoeëerde bovenlijf ronduit weerzinwekkend vond en er niet mee geconfronteerd wilde worden. Op haar afdeling gekomen, herhaalde ze haar klachten in felle bewoordingen waarbij ze bijval kreeg van een andere vrouwelijke collega die ook gruwde van de getatoeëerde man omdat hij haar deed denken aan haar zwager, waar ze geen fan van was. Ik kon niet anders doen dan respect opbrengen voor de negatieve persoonlijke emoties die het werk teweegbrachten en beloven dat ik de foto op termijn zou omruilen voor een ander kunstwerk. Mijn beweegredenen voor de aankoop: prachtige belichting, mooi lijnenspel, boeiende kijk op onze samenleving, dolven volledig het onderspit bij de overdosis aan persoonlijke emotie. Inmiddels hangt het fotowerk in een ander kantoor. Een plek waar de diversiteit van mens en samenleving op allerlei manieren aan de orde kan komen: het kantoor van de corporate directeur Human Resources. Ik verwacht dat ik de foto op deze plek niet meer omgedraaid zal tegenkomen…

Rik Meijers
Laatste mirakels en instructies, 2004
180 xGeschilderd, getekend, lak, een steentje en veel vogelzaad. Een sterk en boeiend werk.
DAAROM is het aangekocht!
Het werk hangt in één van de gebouwen van Delta Lloyd, in een lifthal. Dagelijks lopen daar enkele tientallen medewerkers langs. Zij zijn het unaniem met elkaar eens: -het ‘vogelzaadschilderij’ is geen kunst-. De figuren zijn geen herkenbare mensen en het gebruik van de zaadjes is een raadsel. Zij zeggen: “We zouden de zaadjes er wel af willen peuteren”.
Geweldig toch! Er wordt gekeken en er wordt gepraat. Ik zou graag een tentoonstelling van het werk van Rik Meijers organiseren.

Marianne Aartsen
Het meisje en de haas, het verwijlen van de haas, 2005
185 x
Sinds haar jeugd is Marianne Aartsen (1950) geboeid door hazen. Afgelopen jaar is deze fascinatie tot uiting gekomen in het door haar geschreven en geïllustreerde boek, Het meisje en de haas, het verwijlen van de haas.
De haas symboliseert voor Aartsen snelheid en onafhankelijkheid. Al in het oude Egypte en in de Griekse en Romeinse Oudheid werden hazen afgebeeld als teken van leven en bijvoorbeeld als een attribuut van de liefdesgodin Aphrodite. Behalve door hazen worden haar schilderijen bevolkt door bloemen en vrouwen. Dikwijls plaatst Aartsen deze vrouwenfiguren in een niet nader uitgewerkte omgeving. Hierdoor lijken zij in een ongedefinieerde ruimte te zweven. De onuitgewerkte en soms vervormde lichamen geven uitdrukking aan het lijden van de figuren. Menselijke relaties en het lijden dat eruit voort kan komen staan in haar werk centraal. De vrouwenfiguren vinden hun oorsprong vaak in schilderijen van beroemde meesters zoals Rembrandt. Ook kan men in haar werk een profiel van Picasso herkennen of een gezichtje van de Spaanse schilder Velasquez. Architectonische elementen en kleding worden eveneens ontleend aan oude meesters.
ING en hedendaagse figuratieve kunst zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ondanks het figuratieve karakter van het gelijknamige kunstwerk Het meisje en de haas, het verwijlen van de haas heeft het werk een sterke mate van abstractie. Dit creëert een spanningsveld waarin tegenstellingen als kracht en tederheid, abstractie en figuratie samen komen.
Tijdens een atelierbezoek heb ik, namens ING Art Management, dit werk voor de ING Collectie aangekocht. Marianne Aartsen heeft haar atelier in een afgelegen gebouw met grote lege zalen. Haar imposante formaat doeken lijken klein in deze ruimtes, de afbeeldingen krachtig. De sfeer van het gebouw en dit schilderij hebben een sterke indruk op mij achter gelaten.
Opleidingsadvies 0343 55 63 69 - De Baak Management Centrum VNO-NCW - Disclaimer