deBaak.nl maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Sluiten

Leren op locatie?


De ambiance is niet de verpakking maar essentieel voor het product 
                             
(Maitland, 1948)


Een onderzoek naar het leren op locatie bij de Baak

Door Leonne Tuithof, afgestudeerd onderwijsdeskundige

 

Wat is leren op locatie en wat levert het op ten aanzien van het leren? Of is dit zoeken naar iets wat er niet is?
Na vier maanden kwalitatief onderzoek bij programmamakers en deelnemers van de Baak, blijkt dat dit wel degelijk invloed heeft en dat het van belang is om hier bewust van te zijn. Door middel van een literatuurstudie, documentenanalyse en interviews zijn een aantal hoofdpunten naar voren gekomen.

De Baak definieert leren als meer dan kennis en vaardigheden. Het gaat voornamelijk om persoonlijke ontwikkeling waarbij het naar binnen keren van belang is. In de interviews is naar voren gekomen dat bijna alle omgevingsaspecten van de Baak direct opvallen bij klanten, maar dat de directe link tussen de fysieke omgeving en leren moeilijk wordt gelegd. Een voorbeeld hiervan is dat bij de klant bekend is dat natuur een inspirerende en rustgevende invloed heeft, maar er niet van bewust is welk effect de fysieke omgeving heeft op hun leerproces. Dit kan te maken hebben met het feit dat mensen beschikken over een bewustzijn en een onbewustzijn (Dijksterhuis, 2007). Middels de interviews is het bewuste geprobeerd naar boven te halen om vervolgens via het omgevingsmodel van Bakker (2009) de link met leren te leggen (zie figuur 1).

Op basis van de resultaten kan er geconcludeerd worden dat de sociale, gezonde en blokkade vrije omgeving, onderdeel van het omgevingsmodel van Bakker (2009), betrekking hebben op de locaties van de Baak. Hierbij worden de intelligentiegebieden spiritueel quotiënt (SQ), fysiek quotiënt (FQ) en het emotionele quotiënt (EQ) gestimuleerd. Zo wordt het SQ gestimuleerd doordat de klant de mogelijkheid wordt gegeven om te reflecteren. Daarnaast zijn ze bezig met zichzelf als individu waarbij ze naar binnen kunnen keren. Het EQ wordt gestimuleerd doordat er ruimte wordt gegeven voor ‘interactie’ en het ‘ontmoeten’ van andere mensen. Tenslotte wordt het FQ gestimuleerd doordat natuur nadrukkelijk aanwezig is op de Baak locaties. Het IQ wordt volgens de klanten en de programmamakers minder aangesproken. Het wordt dan ook niet benoemd door beide groepen. Dit kan te maken hebben met het feit dat de trainingen gericht zijn op de persoonlijke ontwikkeling. Dit wil echter niet zeggen dat het IQ en daarmee de gestructureerde omgeving niet aanwezig is. Er kan echter wel gesteld worden dat dit in mindere mate aanwezig is ten opzichte van de andere intelligentie gebieden.

 

 

 

Figuur 1: Intelligentiegebieden die betrekking hebben op de Baak in het omgevingsmodel van Bakker (2009).

 
Zowel klanten als programmamakers van de Baak geven aan dat het waardevol is om te leren buiten de werkomgeving. De klant ziet het los komen van eigen werkomgeving als grootste meerwaarde van het volgen van een training bij de Baak, gevolgd door het vermijden van afleiding. Dit is nodig om patronen te doorbreken. Programmamakers bevestigen dit.

 

Ten tweede geven de programmamakers aan dat er een verschil is tussen leren op een conferentieoord ten aanzien van een van de Baaklocaties. De reden hiervoor is dat programmamakers bij de Baak een ‘thuisgevoel’ ervaren. Van de klanten zegt de helft dit zo te ervaren.

Ten derde worden een overnachting, eten en een leercultuur door de klant genoemd als karakteristieken van de Baak in Driebergen als in Noordwijk. Net zoals programmamakers van de Baak, geven klanten aan dat het van belang is om te overnachten bij het volgen van een training. Als belangrijkste reden hiervoor geven klanten aan dat ze een extra onderdompeling ervaren door te blijven overnachten. Daarnaast heeft de Baak een eigen visie op gezond eten. Door bijna alle klanten wordt dit als positief ervaren. De klanten geven aan dat samen eten bijdraagt aan teambuilding en vertrouwen binnen de groep. Ook het feit dat iedereen bezig is met leren bij de Baak geeft rust. Dit is volgens klanten prettig voor het leerproces.

Ten vierde wordt natuur door alle klanten genoemd. Klanten delen natuur in twee categorieën: uitzicht op natuur en bewegen in de natuur. Het blijkt dat de natuur rust geeft en aanzet tot reflectie in hun beleving. Dit komt overeen met de beleving van de programmamakers. Er kan gesteld worden dat zowel klanten als programmamakers op dit gebied op een lijn zitten. De resultaten uit de interviews komen overeen met de bevindingen uit de literatuur. Hierin wordt aangegeven dat de natuur rustgevend is en een inspirerend effect heeft op de mens. (Dorte Martens & Nicole Bauwer 2010; Kune, 2002). Ook heeft het bewegen in de natuur een groot effect in de beleving van de klanten. Zo geven klanten aan dat het een middel is om te ontspannen, te relativeren en dat zij diepere gesprekken hebben doordat ze vrij kunnen praten. Daarnaast geven zij aan dat beweging als onderdeel van een training, een extra beleving geeft. Het is echter wel duidelijk dat er alleen sprake moet zijn van beweging indien het toegevoegde waarde geeft.

Aanbevelingen
Naar aanleiding van de bovenstaande conclusies heb ik aanbevelingen gedaan.
Ten eerste is het aan te bevelen om de klant meer te attenderen op het belang van het leren buiten de eigen werkomgeving. In een eigen werkomgeving is de verleiding tot afleiding van werk groter. Dit gaat ten koste van de focus ten aanzien van de training. Dit zou bijvoorbeeld in gesprekken en in offertes genoemd kunnen worden om de klant te overtuigen voor een training op een Baaklocatie.
Ten tweede is het van belang om klanten te attenderen op het belang van een overnachting. De klant blijft in dezelfde leercontext waardoor er een extra onderdompeling is doordat je even helemaal weg bent.
Ten derde geven klanten aan die activiteiten met beweging hebben gedaan binnen hun training dit als een aanvullende beleving ervaren op het thema van de opleiding. Hier zou nog meer op ingespeeld kunnen worden aangezien de theorie ook aangeeft dat dit effect heeft op het leerproces. Het is hierbij wel van belang dat het bewegingselement toegevoegde waarde heeft ten aanzien van de doelen van de training.
Een vierde aanbeveling is om meer in te spelen door het bewegingselement in de natuur wat meer naar voren te laten komen.
Ten vijfde blijken de klanten niet veel hebben aan te merken op de leerruimtes, echter moet de ruimte wel sfeervol zijn. Uit de interviews en documentenanalyse blijkt dat de leerruimtes in Noordwijk wat minder voorzien zijn van kunst. Een aanbeveling is dan ook om de leerruimtes in Noordwijk van wat meer van sfeer te voorzien, omdat klanten aangeven dat kunst bijdraagt aan sfeer.

 

Bronnen:

* Bakker, I. (2009). De werkomgeving voor de productieve kenniswerker. Facility Management Magazine,176, 19- 23.
* Dijksterhuis, A. (2007). Het slimme onbewuste: Denken met gevoel. Amsterdam: Uitgeverij Bert Bakker.
* Martens, D, & Bauer, N. (2010). Wald als ressource fur psychisches wohlbefinden. Schweizerische zeitchrift forstwesen, 161, 90-691.


  Omschrijving Profiel Duur Investering