Er was eens een bij, die het tot haar missie had gemaakt om anderen verder te ontwikkelen en op te leiden. Het was ook een actieve, regelende bij, die druk in de weer was: daarom noemden ze haar ook wel de bezige bij.
Zij zocht contact met een oudere ervaren das die in zijn loopbaan al meerdere omgevingen had meegemaakt en die zijn ervaringen graag wilde inbrengen in de opleidingen van de bezige bij. Laten we hem d’ouwe das noemen.
En zo gebeurde het op een dag dat er schapen kwamen naar de opleiding voor hun persoonlijke ontwikkeling. Maar het waren geen gewone schapen, nee, het waren zwarte schapen; ze waren toch al wat anders dan de witte, in de wei achtergebleven schapen.
En gedurende het eerste opleidingsblok gingen de schapen na een kennismaking hun eigen artistieke kunst creëren: een tekening waarop hun ontwikkeldoelstelling was weergegeven. Er was hier duidelijk sprake van naïeve kunst, maar het was bijzonder om te vernemen dat er zo veel onderliggende betekenissen aanwezig waren.
De schapen leerden ook contact te maken met elkaar zonder naar elkaar te blaten. En zij ontdekten dat zij verborgen belemmeringen in zich hadden.
Het was het blok van IK.
En aan het eind van het blok zei de bezige bij: wat voel je?
En vervolgens zei d’ouwe das: hoe bedoel je?
En hoewel er af en toe schapen ziek waren gingen de schapen gewoon naar het tweede blok. Daar leerden ze kaderen. En de schapen herkenden dat als het plaatsen van een hekwerk om hun wei, zodat hun wei goed was afgebakend. En binnen de wei leerden ze kijken naar de ander met zijn eigen metaprogramma’s en ze leerden een techniek, die ze ook al van de herder kenden: het volgen, volgen, leiden.
Het was het blok van IK en JIJ.
En aan het eind van het blok zei de bezige bij: wat voel je?
En vervolgens zei d’ouwe das: hoe bedoel je?
Het derde blok was zeer verrassend voor de schapen. Ze hadden altijd gemeend dat er slechts twee kleuren schapen waren, zwart en wit. Maar nu vernamen ze dat er veel meer soorten bestonden. Onder de wol zagen ze nu ook blauwe, groene en rode, ja zelfs paarse, gele en oranje schapen! En die kleuren konden worden onderkend door goed te luisteren, te kijken en te observeren hoe de andere schapen zich gedroegen.
Het was het blok van IK en DE WEI.
En aan het eind van het blok zei de bezige bij: wat voel je?
En vervolgens zei d’ouwe das: hoe bedoel je?
Het laatste blok bevatte weer de nodige elementen van herkenning. De schapen leerden zien wie er als eerste over de dam gaat, wie daarin volgen en ze duidden dat als krachtenveldanalyse. Ook het begrijpen van strokes ging hen soepel af: zowel de herder als de hond deelde immers regelmatig aaien en klappen uit.
Het was het blok van IK, JIJ en DE WEI.
En aan het eind van het blok zei de bezige bij: wat voel je?
En vervolgens zei d’ouwe das: hoe bedoel je?
En na de vier blokken kwamen de schapen terug in hun eigen wei bij hun eigen schapen en de herder vroeg hen: En? Hoe was het?
En de schapen antwoordden: het was goed.
Met dank aan: F. Christiaansen (oud PEIV-deelnemer)
Maart 2009